Skip to main content

Geschiedenis van de Europese Unie, 1990-99.

Een Europa zonder grenzen

In 1993 gaat de interne markt van start met de "4 vrijheden": vrij verkeer van personen, goederen, diensten en geld. In de jaren 1990 worden twee belangrijke verdragen gesloten: het Verdrag betreffende de Europese Unie (Verdrag van Maastricht) in 1993 en het Verdrag van Amsterdam in 1999. Oostenrijk, Finland en Zweden treden in 1995 toe tot de EU en een klein dorp in Luxemburg geeft zijn naam aan het Schengenakkoord, dat mensen geleidelijk toelaat naar grote delen van de EU te reizen zonder paspoortcontroles.

1991 – Joegoslavië valt uiteen

In de Balkan begint Joegoslavië uiteen te vallen. In de daaropvolgende oorlogen vallen er tienduizenden slachtoffers. Ze duren een groot deel van het volgende decennium.

7 februari 1992 – Verdrag van Maastricht

In Maastricht wordt het Verdrag betreffende de Europese Unie ondertekend. Het is een belangrijke mijlpaal, waarbij duidelijke regels worden afgesproken voor de toekomstige gemeenschappelijke munt, voor het buitenlands en veiligheidsbeleid en voor nauwere samenwerking op het terrein van justitie en binnenlandse zaken. De "Europese Unie" wordt officieel opgericht bij het Verdrag, dat op 1 november 1993 in werking treedt.

1 januari 1993 – Begin van de interne markt

De interne markt en de 4 vrijheden komen tot stand: het vrije verkeer van personen, goederen, diensten en geld. Sinds 1986 is men het eens geworden over honderden besluiten die betrekking hebben op het belastingbeleid, de regelgeving voor het bedrijfsleven, beroepskwalificaties en allerlei hindernissen voor open grenzen. Voor bepaalde diensten wordt het vrije verkeer echter pas later van kracht.

1 januari 1994 – De Europese Economische Ruimte wordt opgericht

De Overeenkomst tot oprichting van de Europese Economische Ruimte (EER) treedt in werking en breidt de interne markt uit tot de EVA-landen . Tegenwoordig kunnen mensen, goederen, diensten en kapitaal zich vrij verplaatsen in de 30 EER-landen (EU-27 plus IJsland, Liechtenstein en Noorwegen). Zwitserland neemt niet deel aan de EER, maar heeft wel toegang tot de interne markt.

1 januari 1995 – De EU krijgt er drie nieuwe leden bij: Finland, Oostenrijk, en Zweden

Finland, Oostenrijk en Zweden worden lid van de EU. De 15 lidstaten omvatten nu bijna heel West-Europa.

26 maart 1995 – Reizen zonder grenzen begint in zeven landen

De Schengen-akkoorden treden in werking in zeven landen: België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland, Portugal en Spanje. Reizigers kunnen tussen deze landen reizen zonder paspoortcontroles aan de grenzen. Tegen 2021 maken 26 landen deel uit van het paspoortvrije Schengengebied, waaronder ook IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland.

2 oktober 1997 – Verdrag van Amsterdam

Het Verdrag van Amsterdam wordt ondertekend. Het bouwt voort op het Verdrag van Maastricht en omvat plannen om de EU-instellingen te hervormen, de internationale positie van Europa te versterken en meer middelen uit te trekken voor werkgelegenheid en burgerrechten. Het treedt op 1 mei 1999 in werking.

1 januari 1999 – De euro wordt geboren

De euro wordt ingevoerd in 11 landen, maar alleen voor handels- en financiële transacties. Biljetten en munten worden later ingevoerd. De eerste eurolanden zijn België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Spanje. Denemarken, Zweden en het Verenigd Koninkrijk beslissen om voorlopig niet mee te doen.