Skip to main content

Oprichtingsverdragen

De Europese Unie is gebaseerd op het principe van de rechtsstaat. Dat betekent dat alle activiteiten van de EU moeten berusten op de verdragen, die vrijwillig en op democratische wijze door alle EU-lidstaten zijn aanvaard. De Commissie kan dus alleen wetsvoorstellen indienen die betrekking hebben op onderwerpen die in de verdragen genoemd worden.

Een EU-verdrag is een bindende overeenkomst tussen de lidstaten. Het definieert de doelstellingen van de EU, de regels voor de EU-instellingen, het besluitvormingsproces en de betrekkingen tussen de EU en haar lidstaten.

Af en toe worden die verdragen aangepast, bijvoorbeeld om de EU efficiënter en transparanter maken, nieuwe -landen op te nemen of nieuwe vormen van samenwerking, zoals de euro, mogelijk te maken.

Op grond van die verdragen kunnen de EU-instellingen wetgeving vaststellen die door de lidstaten moet worden toegepast. De volledige tekst van de verdragen, wetgeving, jurisprudentie en wetsontwerpen kan worden geraadpleegd via EUR-Lex, de databank van het EU-recht.

De belangrijkste verdragen zijn (in omgekeerd chronologische volgorde):

Telkens wanneer nieuwe landen toetraden, werden de oprichtingsverdragen aangepast:

  • 2013 (Kroatië)
  • 2007 (Bulgarije en Roemenië)
  • 2004 (Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië)
  • 1995 (Finland, Oostenrijk en Zweden)
  • 1986 (Spanje en Portugal)
  • 1981 (Griekenland)
  • 1973 (Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk)